De bedrijfswereld steunt het recht van kinderen om te spelen

Handicap International en de IKEA Foundation bouwen inclusieve speelpleinen in vluchtelingenkampen.

Woensdag 30 november 2016 — Handicap International lanceert Growing Together, een project voor vluchtelingenkinderen in drie landen en dat volledig wordt gefinancierd door de IKEA Foundation. Voor het eerst in dertig jaar gaat Handicap International op zo’n schaal een samenwerking met de bedrijfswereld aan. Een nieuwe ontwikkeling waar de organisatie vol overtuiging achter staat.

Handicap International is dit jaar een van de partners[1] in het project Let’s Play for Change van de IKEA Foundation. De internationale campagne voor het goede doel gaat van start op 20 november, de Internationale Dag van de Rechten van het Kind. Voor elk kinderboek en speelgoed dat tussen 20 november en 24 december in tientallen IKEA-vestigingen wereldwijd wordt verkocht, zal de IKEA Foundation 1 euro schenken aan projecten die het recht van kinderen om te spelen actief steunen, zoals het nieuwe project Growing Together van Handicap International.

De IKEA Foundation, de liefdadigheidstak van de INGKA Foundation (eigenaar van de IKEA-bedrijvengroep), is een grote en belangrijke speler geworden op het vlak van humanitaire hulp. Dankzij haar succesvolle campagnes voor het goede doel kon de stichting in 2015 niet minder dan 120 miljoen euro schenken aan humanitaire organisaties. “Uiteraard is Handicap International blij om een van de partners te mogen zijn in de campagne voor het goede doel, niet alleen voor dit jaar maar ook voor de volgende twee jaar,” zegt Jean Van Wetter, algemeen directeur van Handicap International België.

Dankzij de financiële steun van de IKEA Foundation kan Handicap International het vierjarenproject Growing Together opzetten in drie verschillende landen: Bangladesh, Pakistan en Thailand. De financiering biedt de organisatie de kans om inclusieve speelpleinen in te richten in vluchtelingenkampen, waardoor ook de meest kwetsbare ontheemde kinderen zich verder zullen kunnen ontwikkelen door te spelen, en om te investeren in de vroegtijdige opsporing van beperkingen.

Ngo’s en bedrijven leren van elkaar

“Langetermijnsteun is altijd goed nieuws,” zegt Jean Van Wetter over deze samenwerking met de bedrijfswereld. “Het garandeert de duurzaamheid van projecten. Bovendien stimuleert deze financiering wederzijds leren, niet alleen tussen landen maar ook tussen de humanitaire wereld en bedrijfswereld. Ngo’s en bedrijven hebben verschillende sterktes. Handicap International is gespecialiseerd in de omgang met kwetsbare bevolkingsgroepen en brengt bijzonder veel ervaring en kennis van de regio mee naar dit project. Een multinational als IKEA is dan weer zeer bedreven in het beheer van grootschalige projecten en in het bedenken van innovatieve vormen en oplossingen, vaardigheden die wij van hen kunnen leren.”

In 2014 werd 53,9 % van de activiteiten van Handicap International gefinancierd door institutionele schenkers. Om haar onafhankelijkheid te bewaren en tegelijk de duurzaamheid van haar acties en programma’s te verzekeren, probeert Handicap International een groot deel van de financiële structuur in te vullen met privémiddelen. “Die strategie stelt ons in staat om bijvoorbeeld snel in te grijpen in noodsituaties, zonder te moeten wachten op financiering van institutionele schenkers. Financiering vanuit de bedrijfswereld is voor een humanitaire organisatie dan ook zeer welkom,” aldus Van Wetter.

Financiering door bedrijven maakt deel uit van de toekomst

Jean Van Wetter gelooft dat financiering van humanitaire acties vanuit de bedrijfswereld steeds meer ingang zal vinden.Om twee redenen. Ten eerste is de wereldwijde ontwikkeling niet langer het exclusieve domein van ngo’s en van de Verenigde Naties. De bedrijfswereld was betrokken bij het opstellen van de Nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (die sinds september 2015 de Millenniumdoelstellingen vervangen). Wereldwijde uitdagingen, van klimaatverandering over armoede tot ongelijkheid en jongerenwerkloosheid, vragen vandaag om oplossingen die de privésector kan bieden. Veel grote bedrijven zijn actief in landen waar ngo’s aanwezig zijn met humanitaire projecten. Het is voor bedrijven veel moeilijker geworden om de ogen te sluiten voor de wereld waarin ze leven en werken.”

“Ten tweede heeft de jongste generatie werknemers – de zogenoemde millennials – hoge verwachtingen van de onderneming waar ze voor werken. Hun werkgever is meer dan de persoon die aan het einde van de maand de rekeningen betaalt. Ze willen dat hun bedrijf ook voor bepaalde waarden staat. Ze aanvaarden niet dat sociale investeringen beperkt blijven tot de sporadische financiering van een project. Ze willen dat hun bedrijf echt een impact heeft en dat sociale investeringen een belangrijk aspect van de bedrijfscultuur uitmaken.”

Niet naïef

“We moeten natuurlijk niet naïef zijn,” zegt Jean Van Wetter. “Een ngo wil in de eerste plaats een sociale impact hebben, terwijl een bedrijf vooral uit is op winst. Dat betekent echter niet dat je niet kunt samenwerken: bedrijven kunnen ngo’s financieel bijstaan of specifieke vaardigheden of oplossingen aanreiken, terwijl ngo’s de bedrijven kunnen helpen om een grotere sociale impact te hebben, zowel wereldwijd als binnen hun eigen bedrijfscultuur. Het is een win-winsituatie. Toch moeten we altijd in gedachten houden dat onze prioriteiten verschillen.”

“Goede acties op het ene gebied kunnen bovendien nooit vergoelijken dat op een ander gebied schade wordt aangericht. Als ngo zullen wij altijd activiteiten aan de kaak blijven stellen die in conflict zijn met onze missie. Handicap International zal altijd trouw blijven aan haar eigen waarden.”

 

[1] De zes partnerorganisaties zijn: Handicap International, Special Olympics, Room to Read, Save the Children, UNICEF en Warchild