Het Verdrag van Ottawa bestaat 20 jaar, maar antipersoonsmijnen blijven een bedreiging

Woensdag 20 september 2017 — Twintig jaar geleden werd het Verdrag van Ottawa goedgekeurd. Het verdrag, dat antipersoonsmijnen verbiedt, was een diplomatieke overwinning in de strijd tegen deze wapens. Het zorgde ervoor dat het aantal slachtoffers daalde, miljoenen mijnen vernietigd werden en het gebruik van deze wapens zwaar aan banden werd gelegd. Desalniettemin worden er sinds 2014 weer meer mijnen gebruikt in tal van conflicten, waardoor het aantal slachtoffers opnieuw toeneemt. Het 20-jarige bestaan van het Verdrag van Ottawa vormt de perfecte gelegenheid om de staten eraan te herinneren dat ze zich moeten blijven inzetten tegen mijnen, zodat ze nooit meer gebruikt worden, er voldoende financiële middelen worden ingezet om ze te vernietigen en de slachtoffers niet uit het oog worden verloren.

Het Verdrag van Ottawa werd onder impuls van de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL), waar Handicap International stichtend lid van is, op 18 september 1997 goedgekeurd. Het verdrag verbiedt het gebruik, de productie, het transport en de opslag van antipersoonsmijnen en voorziet in de bijstand van de slachtoffers. Het was een wereldprimeur en een bijzonder grote overwinning voor de staten en opgeroepen organisaties. Het was immers de eerste keer dat er een verdrag werd goedgekeurd dat conventionele wapens verbiedt. Op 3 en 4 december 1997 kon het verdrag in Ottawa ondertekend worden. Op 1 maart 1999 werd het van kracht.

Speciaal voor de viering van het 20-jarige bestaan van het Verdrag van Ottawa roept Handicap International de internationale gemeenschap op om het verdrag en al zijn verplichtingen na te leven”, aldus Anne Héry, directrice advocacy bij Handicap International. “Vervuilde zones ontmijnen om de dreiging te elimineren die antipersoonsmijnen nog steeds vormen voor volkeren wereldwijd; voorraden vernietigen, meer hulp bieden aan de overlevenden en aan alle getroffen families; de laatste staten die nog geen partij zijn bij het verdrag aanmanen en meer financiële middelen inzetten in de strijd tegen mijnen en explosieve oorlogsresten.”

51 miljoen mijnen vernietigd

Het Verdrag van Ottawa wierp de voorbije 20 jaar zijn vruchten af. Het telt vandaag immers 162 verdragspartijen, dat is meer dan 80 % van alle landen ter wereld; 28 staten en één gebied hebben hun ontmijningsprogramma’s afgerond sinds het verdrag in 1999 van kracht werd; minstens 2.200 km² – tweemaal de oppervlakte van Londen – werd ontmijnd; en 51 miljoen mijnen die de staten hadden opgeslagen, werden vernietigd. Bovendien wordt het gebruik van antipersoonsmijnen inmiddels overal ter wereld sterk afgekeurd.

Stijging aantal slachtoffers 

Na de inwerkingtreding van het verdrag in 1999 daalde het jaarlijkse aantal slachtoffers aanzienlijk, van ongeveer 30.000 begin jaren 1990 naar 3.353 in 2013. De overgrote meerderheid van de slachtoffers van antipersoonsmijnen zijn burgers (78 % in 2015). Sinds 2014 neemt echter het aantal slachtoffers opnieuw toe, nadat het 15 jaar lang vrijwel stelselmatig terugliep. Het rapport van 2016 van de Landmine Monitor, dat de balans opmaakt van de toepassing van het Verdrag van Ottawa, toont bijvoorbeeld aan dat het aantal nieuwe slachtoffers van antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten tussen 2014 en 2015 bijna verdubbeld is: in 2014 werden 3.695 personen gedood of verwond door deze wapens, het jaar daarna stond de teller op minstens 6.461. Dat is een stijging met maar liefst 75 % en het hoogste aantal dat de Landmine Monitor sinds 2006 registreerde. 

Mijnen zijn nog altijd aanwezig in 63 landen en gebieden, en blijven mensen verwonden en doden. Bijna elk uur valt er ergens ter wereld een nieuw slachtoffer”, aldus Anne Héry, directrice advocacy bij Handicap International. “Meer dan 75 % van die slachtoffers zijn burgers en een derde van hen zijn kinderen. Het gebruik van mijnen en zelfgemaakte springtuigen die als mijn worden ingezet, is in 2015 gestegen. Ook al merken we dus zeker vooruitgang in onze strijd tegen de mijnen, we mogen niet op onze lauweren rusten. We moeten waakzaam blijven voor het gebruik van die wapens en de staten blijven motiveren om die plaag de wereld uit te helpen en de slachtoffers op lange termijn bij te staan.

De stijging valt toe te schrijven aan de bijzonder hoge menselijke tol die de conflicten in Afghanistan, Libië, Jemen, Syrië en Oekraïne eisen. In 2015 vielen in die landen immers de meeste nieuwe slachtoffers van (industriële en zelfgemaakte) antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten, respectievelijk 1.310, 1.004, 988, 864 en 589. Die vijf landen alleen al waren dat jaar goed voor 74 % van de opgetekende slachtoffers.

Sinds de publicatie van zijn eerste jaarrapport in 2000 tekende de Landmine Monitor bovendien nog nooit zo veel slachtoffers op van geïmproviseerde mijnen (springtuigen die zelf door strijdende partijen worden vervaardigd en als mijnen worden ingezet) als in 2015: maar liefst 1.331 (of 21 % van de opgetekende slachtoffers), een cijfer dat in werkelijkheid zeker nog hoger ligt.

Over de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL)

In 1992 sticht Handicap International samen met de Mines Advisory Group (UK), Medico International (Duitsland), Human Rights Watch/Arms Project (VS), Physicians for Human Rights (VS) en de Vietnam Veterans of America Foundation (VS) de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL), een coalitie waar uiteindelijk meer dan 1.000 organisaties uit een zestigtal landen hun schouders onder zullen zetten. De coalitie lanceert een internationale campagne om de burgermaatschappij te betrekken in de strijd tegen antipersoonsmijnen, wat in 1997 uitmondt in de goedkeuring van het Verdrag van Ottawa, het eerste verdrag ooit dat conventionele wapens verbiedt.

Datzelfde jaar werden de inspanningen van de ngo’s van de Internationale Campagne tegen Landmijnen, waaronder ook Handicap International, bekroond met de Nobelprijs voor de vrede, “voor hun pogingen om antipersoonsmijnen te verbieden en op te sporen”.

Over Handicap International

Handicap International is een onafhankelijke, internationale solidariteitsorganisatie die al meer dan 30 jaar hulp biedt in gevallen van armoede en exclusie, conflicten en natuurrampen. De organisatie steunt personen met een handicap en kwetsbare bevolkingsgroepen, biedt hulp, ziet erop toe dat in hun voornaamste behoeften voorzien wordt en tracht hun levensomstandigheden te verbeteren. Handicap International zet zich in voor de waardigheid en de fundamentele rechten van die personen. Sinds haar oprichting in 1982 zette Handicap International ontwikkelingsprogramma’s op touw in meer dan 60 landen en bood de organisatie hulp in tal van noodsituaties. Het netwerk telt 8 nationale verenigingen (Duitsland, België, Canada, de Verenigde Staten, Frankrijk, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland) en is onafgebroken in de weer om middelen te verzamelen, projecten te beheren en de principes en acties van de organisatie uit te dragen. Handicap International is een van de zes stichtende leden van de Internationale Campagne tegen Landmijnen (ICBL) en mocht in 1997 de gedeelde Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nemen. In 2011 won de organisatie de Conrad N. Hilton Humanitarian Prize. Handicap International is overal actief waar “leven met opgeheven hoofd” niet vanzelfsprekend is.

 

Cambodia '96, Ban mines march
Brussels '97, Manneken Pis
Brussels '97, public demining demonstration
Brussels '97, one legged jeans
Brussels '97, one legged jeans
Brussels '97, conference delegates
Cambodia 2014, Thun Channareth Nobel Price