Landmine Monitor 2016

Landmine Monitor 2016

Aantal slachtoffers met 75% toegenomen

Dinsdag 22 november 2016 — ONDER EMBARGO TOT 22 NOVEMBER OM 16 UUR

Het Landmine Monitorrapport 2016, die vandaag gepubliceerd is, maakt gewag van een duizelingwekkende toename van het aantal nieuwe slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten in 2015. Minstens 6.461 personen kwamen om het leven of raakten gewond door deze wapens. In de aanloop naar de conferentie over het Verdrag van Ottawa, dat het gebruik van antipersoonsmijnen verbiedt, roept Handicap International de staten op erop toe te zien dat het Verdrag gerespecteerd en gehandhaafd wordt.

 

Het Landmine Monitorrapport legt de jaarlijkse balans voor van het Verdrag van Ottawa dat het gebruik, de opslag, de productie en het transport van antipersoonsmijnen verbiedt. Het rapport van 2016 wijst erop dat het aantal nieuwe slachtoffers van industriële of geïmproviseerde antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten in amper één jaar tijd met 75% is toegenomen. In 2015 maakten deze wapens minstens 6.461 al dan niet dodelijke slachtoffers. In 2014 waren dat er nog 3.695. Deze stijging valt toe te schrijven aan de bijzonder hoge menselijke tol die de conflicten in Afghanistan, Libië, Syrië, Oekraïne en Jemen eisen en valt ook deels toe te schrijven aan een betere informatie-inwinning ter plaatse. Het gaat om het hoogste aantal slachtoffers dat de Landmine Monitor sinds 2006 heeft geregistreerd. Sinds 2014 neemt het aantal slachtoffers opnieuw toe, nadat het 15 jaar lang vrijwel stelselmatig terugliep.

“In 2015 maakten dergelijke wapens vrijwel uitsluitend burgerslachtoffers. De wapens doden, verwonden, verminken en veroorzaken ernstige psychologische trauma's,” vertelt Alma Al-Osta, wapenexpert en lobbyist voor Handicap International. In 2015 ging het in 78% van de gevallen om burgers, onder wie 38% kinderen.

Geïmproviseerde mijnen

Sinds de publicatie van zijn eerste jaarrapport in 1999 tekende de Landmine Monitor nog nooit zo veel slachtoffers op van geïmproviseerde mijnen (springtuigen die door strijdende partijen eigenhandig worden vervaardigd en als mijnen worden ingezet) als in 2015: maar liefst 21 % van de opgetekende slachtoffers.

In 2015 vielen de meeste slachtoffers van industriële of geïmproviseerde antipersoonsmijnen en explosieve oorlogsresten in Afghanistan (1.310), Libië (1.004), Jemen (988), Syrië (864) en Oekraïne (589). Die vijf landen alleen al waren dat jaar goed voor 74 % van de opgetekende slachtoffers. In totaal werden er in 61 staten en gebieden wereldwijd slachtoffers van mijnen opgetekend. 64 staten en gebieden over de hele wereld zijn bezaaid met mijnen en explosieve oorlogsresten.

Slechts drie van die staten (Noord-Korea, Myanmar en Syrië) blijven antipersoonsmijnen gebruiken. Maar tussen oktober 2015 en oktober 2016 werden antipersoonsmijnen – ook zelf vervaardigde springtuigen – wel nog in 10 landen door niet-staatsgerelateerde groeperingen ingezet. Het gaat meer bepaald om Afghanistan, Colombia, Irak, Libië, Myanmar, Nigeria, Pakistan, Syrië, Oekraïne en Jemen.

Financiering

De internationale en nationale financiering van de strijd tegen landmijnen door internationale geldschieters en de betrokken landen zelf daalde met 139 miljoen dollar. In 2015 was er meer bepaald 471,3 miljoen dollar beschikbaar, terwijl dat bedrag in 2014 nog 610,8 miljoen dollar bedroeg. Sinds 2005 lag het beschikbare bedrag nog nooit zo laag. “We worden geconfronteerd met een bijzonder onrustwekkend fenomeen. Enerzijds neemt de financiering van de strijd tegen mijnen af en liepen de ontmijningsactiviteiten in alle ‘besmette’ landen en van alle ondertekenaars van het Verdrag van Ottawa vertraging op. Anderzijds stellen we vast dat het gebruik van mijnen beangstigend sterk is toegenomen, net als het aantal slachtoffers van die wapens,” vertelt Alma Al-Osta verder.

Conferentie in Santiago

De staten die partij zijn bij het Verdrag van Ottawa – dat het gebruik van antipersoonsmijnen verbiedt – maken zich stilaan op voor de conferentie van 28 november tot en met 1 december in de Chileense hoofdstad Santiago. In de aanloop van de conferentie roept de organisatie de strijdende partijen – zowel staten als niet-staatsgerelateerde gewapende groeperingen – op om onmiddellijk te stoppen met het gebruik van antipersoonsmijnen. Handicap International vraagt ook de andere staten om elk gebruik ervan stellig en systematisch te veroordelen, en om hun bondgenoten die de wapens nog gebruiken, op te roepen om af te zien van deze praktijken. “We moeten de staten en gewapende groeperingen er constant aan herinneren dat deze wapens verboden zijn en dat het internationaal recht gerespecteerd moet worden,” benadrukt Alma Al-Osta.